Wanneer eet je wat?
Om buikklachten te voorkomen én voldoende energie te hebben, is het belangrijk om rekening te houden met wat je wanneer eet. Met onderstaande richtlijnen en voorbeeldmaaltijden zit je meestal goed.
2 tot 3 uur van tevoren: neem je laatste grote maaltijd.
Zo heeft je lichaam voldoende tijd om de maaltijd te verteren en de energie op te slaan. Omdat er nog ruim tijd zit tussen de maaltijd en de inspanning, kun je kiezen voor een voedzame maaltijd met bijvoorbeeld een volkoren koolhydraatbron en wat eiwitten. Wil je zeker weten dat je voldoende energie beschikbaar hebt? Vul dit dan aan met wat minder complexe koolhydraten.
Voorbeeldmaaltijden:
- Havermout met banaan en gedroogd fruit: Neem 60 g volkoren havermout aangemaakt met (plantaardige) melk voor voedzame koolhydraten. Vul aan met een banaan, wat rozijnen en honing voor snel beschikbare energie.
- Brood met mager eiwitrijk beleg en zoet beleg: Neem 2 tot 3 (volkoren/bruine) boterhammen, belegd met (deels) een magere eiwitbron zoals kipfilet en (deels) zoet beleg zoals stroop, honing of jam. Vul eventueel aan met een stuk fruit.
- Pasta, rijst of couscoussalade: Neem ongeveer 150-200 g gekookte (volkoren) pasta, rijst of couscous als voedzame koolhydraatbron. Vul aan met bijvoorbeeld een zoete (wok)saus of gedroogd fruit voor extra energie.
Ongeveer 1 uur van tevoren: een lichte koolhydraatrijke snack
Kies een snack rijk aan koolhydraten, dat weinig vezels, vet en eiwit bevat. Zo krijg je snel beschikbare energie binnen, zonder dat het zwaar op je maag ligt.
Kies bijvoorbeeld voor:
- Een witte boterham met stroop, jam of honing
- Een banaan met een handje rozijnen
- Een smoothie van fruit met vruchtensap, of een pouch knijpfruit
- Rijstwafels met jam of appelstroop
- Twee plakjes ontbijtkoek
Let op: de bovenstaande voorbeelden zijn gemiddelde porties. Afhankelijk van onder andere jouw gewicht, leeftijd, lengte en dagelijkse activiteit kun je meer of minder nodig hebben.