Training

Hardlopen is een technische sport: als je sneller of efficiënter wil lopen is het goed om naar je loopstijl te kijken. Er bestaat niet zoiets als één looptechniek, maar zeker als je net begint met hardlopen zijn er vaak heel wat punten waar je op kunt letten om jezelf te verbeteren. Hardlopen.nl-expert Rob Veer geeft een paar handige tips voor een betere looptechniek.

Hardlopen is een cyclische beweging: bij elke pas maak je steeds dezelfde beweging. Bij een training over een afstand van 5 km zul je ongeveer 4000 looppassen maken. Dat betekent ook ongeveer 4000 landingen, waarbij je krachten van twee tot  drie keer je eigen lichaamsgewicht moet opvangen. Het is dus begrijpelijk dat kleine fouten in je looptechniek grote gevolgen kunnen hebben. De loopbeweging is te onderscheiden in de landing met steunfase, de afzet en zwaaifase.

Waarom is looptechniek belangrijk?

Looptechniek is belangrijk omdat het bijdraagt aan je efficiëntie, legt Rob Veer uit. "Hoe efficiënter je loopt, hoe meer snelheid je kunt maken met dezelfde hoeveelheid energie. Er wordt vaak gezegd dat je met een goede looptechniek blessures voorkomt; dat lijkt voor de hand te liggen maar is nooit duidelijk aangetoond."

Rob Veer vindt basisvoorwaarden als kracht, beweeglijkheid, uithoudingsvermogen en coördinatie eigenlijk nog belangrijker dan looptechniek. "Naarmate je meer en langer loopt zoekt het lichaam ‘als vanzelf’ een efficiënte manier van bewegen. Dat neemt niet weg dat er zaken zijn zoals romphouding, bekkenstand en armbeweging die vaak wel wat bijsturing kunnen gebruiken."

Waar kun je op letten?

Bij je looptechniek kun je zelf op een paar dingen letten. Let bijvoorbeeld tijdens het lopen op je schouders, zegt Rob Veer. "Heb je die opgetrokken of zijn ze ontspannen? Let er op dat je armen goed mee bewegen de armen, vanuit de schouders, vooral van voor naar achter en niet teveel zijwaarts. Probeer ‘zachtjes’ te landen, zonder grote klappen van de voeten op de grond. De romphouding is rechtop en mag ietsjes voorover zijn."

Lopen op de beat

Het is goed om daarbij een snelheid te kiezen waarbij je comfortabel loopt en controle kunt houden over je loopbeweging. Experimenteer ook met je paslengte en pasfrequentie.  Lopers neigen nogal eens naar een te grote, te trage pas. Om je pasritme te variëren kun je heel goed muziek gebruiken, die je selecteert op het aantal beats per minuut.

Laat een trainer meekijken

Je kunt natuurlijk nooit zelf helemaal zien hoe je loopt. Voor een optimaal leereffect is daarom ook nodig dat je af en toe te horen krijgt van een trainer hoe je loopt. Soms voelt het ontspannen, maar kan de trainer zien dat er toch teveel spanning in bijvoorbeeld je nek of schouders zit. Een trainer kan ook goed zien hoe je voetlanding gaat, en aangeven of je een bepaalde oefening correct uitvoert en zo voorkomen dat je nieuwe bewegingen verkeerd aanleert. Een trainer kent ook de didactiek van het leerproces: welke oefeningen moet je doen om bepaalde zaken af te leren of goed in te slijpen. Kijk bij clubs waar je dichtbij professionele training kunt volgen.