Training

Buiten lopen kan je een geruststellend en zelfs troostend gevoel geven. Je kan je geest leegmaken, frisse lucht inademen en genieten van de omgeving. Maar als je gaat lopen om fit te worden of om deel te nemen aan een loopwedstrijd, dan mag je het niet te gemakkelijk maken. En dat kan door regelmatig je parcours te veranderen.

Altijd dezelfde route volgen als je gaat lopen, is geen goed idee om verschillende redenen. Het maakt je loopsessie bijvoorbeeld veel saaier, waardoor je sneller geneigd bent om eens een week over te slaan.

Ook belangrijk: door altijd dezelfde route te volgen kan je onevenwichtigheden veroorzaken in je lichaam, die op hun beurt kunnen leiden tot blessures. Je leert je lichaam namelijk om te reageren op de ondergrond van een bepaalde route, maar dat is helaas niet altijd de juiste.

Omgekeerde route

Een makkelijke manier om je routine te doorbreken is minstens om de week je route in de omgekeerde volgorde lopen. Dat kan al een groot verschil maken. Wanneer je traint voor een langere race is het noodzakelijk om een stapje verder te gaan en volledig nieuwe routes toe te voegen aan je trainingsschema. Dat komt omdat je je lichaam moet voorbereiden op alle omstandigheden, zoals steile heuvels of winderige steegjes. Alleen zo kan je je voorbereiden op een race. Bovendien helpen nieuwe routines met de mentale voorbereiding. Zo raak je niet ontmoedigd door de onbekendheid van het parcours.

Variatie in ondergrond

Om je lichaam sterker te maken is variatie van je trainingsprikkels nodig. Tijdens het hardlopen past het lichaam zich constant aan op de ondergrond en onregelmatigheden van de grond waarop we ons voortbewegen. Het lichaam werkt als een veersysteem waarbij ons lichaam zich al na één pas op een andere ondergrond aanpast in beenstijfheid en balans. Dit systeem werkt zowel passief als actief. Enerzijds door zich vooraf in te stellen doordat je bijvoorbeeld al ziet dat er zand of ijs ligt en anderzijds bij te stellen als er feedback komt vanuit het spier-peessysteem na de eerste pas. Je past je loopstijl aan als je op een andere ondergrond gaat lopen. Je houding, zwaartepunt en balans veranderen en daarmee ook de werking van je spieren. Hierin zit grote winst door je lichaam op verschillende ondergronden te trainen. Je prikkelt dan namelijk je lichaam door bijvoorbeeld iets meer spanning en kracht te leveren op een instabiele zachte ondergrond en reactiviteit, looptechniek en snelheid van een hardere ondergrond. Daarnaast kun je enorm variëren in je training met verschillende hellingen door bostrainingen te doen en af en toe een versnelling tegen een heuvel op te pakken tijdens een training.

Hierbij geldt natuurlijk wel de kunst van het doseren van de variatie; train specifiek het systeem en de ondergrond waarbij je uiteindelijk een prestatie wilt verbeteren en varieer daarmee door andere trainingen toe te voegen op een andere ondergrond waarbij je rekening houdt met voldoende herstel.