Ik dwarrel weg van mijn twee vrienden, laat ze voor me lopen. Ik zie het zand onder mijn voeten amper. Ik voel het wel. Dan vlak, dan hard, dan ribbelig. Het brengt de gedachten naar de Inuit, Eskimo's, de bewoners van het noordpoolgebied van Siberië, de Verenigde Staten, Canada en Groenland. Het schijnt dat zij vijftig woorden voor sneeuw hebben. Als dat zo is, als sneeuw zoveel verschillende vormen heeft, hoe zit dat dan met zand...?
Zuigend zand, zacht zand, zeurderig zand, zalig zand, zenuwslopend zand, zeikerig zand, al allitererend zigzag ik zorgvuldig langs de vloedlijn. Door het hoge water is het echt zoeken naar het hardste stukje zand, mijn voeten voelen elke afwijking in mijn afzet. Het is als voor het eerst de liefde bedrijven, zoekend en tastend, en zo vinden het strand en ik onze weg in deze one-night stand.
Al mijmerend merk ik dat de natuur zelfs op deze heel rustige nacht uiterst grillig is. Opeens komt het zeewater een stuk verder omhoog en moet ik uitwijken richting de donkere duinen. Van nat zand, naar oneffen zand, naar plakkend zand. Het spreekwoord "zand in de motor strooien" schiet mij ineens te binnen. De Inuit hebben het spreekwoord "The caribou goes where the snow is shallower", de kariboes lopen daar waar de sneeuw het minst diep is. Daar probeer ik mij aan vast te houden.
Is dat niet al de vuurtoren van IJmuiden die ik daar heel in de verte zie?
Ik kijk om heen waar mijn twee makkers zijn met wie ik dit avontuur ben begonnen. Naast of voor me zie ik ze niet meer, dus kijk ik over mijn rechterschouder om te zien waar ze zijn. 'Pas op', hoor ik opeens. Het duurt even tot ik besef dat het aan mij gericht is en dan kijk ik nog net op tijd weer voor me. De jonge zeehond die in de lichtbundel van mijn hoofdlamp verschijnt vraagt zich waarschijnlijk af 'wat doen jullie hier op mijn strand?'
Een vraag die mij ook steeds nadrukkelijker zal kwellen deze nacht...
Tekst: Martin Breedijk