Je loopt, maar waar loop je?
Een dinsdagochtend in juni. Toch frisser dan verwacht. Het is nog vroeg, dat is zo. Om half vijf was ik al klaarwakker. Waarschijnlijk het tijdsverschil. Ik zwaai naar de buurvrouw als ik even later vanaf ons verblijf aan East 28th street richting Flatbush Avenue dribbel. Zoals een ritssluiting de voorpanden van een jas verbindt, zo loopt deze straatweg dwars door Brooklyn. Van het bijna zuidelijkste puntje van de stad bij Jamaica Bay, naar de brug die zich 450 meter lang over de East River spant om Brooklyn aan de noordzijde te verbinden met het stadsdeel waar de brug naar is genoemd: Manhattan. Op een haar na 10 miles lang. De Dam tot Damloop, maar dan met één straat; alsmaar rechtdoor.
Ik loop naar het noorden, richting Prospect Park. Het Vondelpark van Brooklyn, zij het 4,5 keer zo groot. Deze stad slaapt dan nooit, maar haar inwoners wel. De stoepen zijn nog vrijwel verlaten, afgezien van wat winkeliers die met steekwagens verse voorraden naar binnen rijden. Schoolbussen staan met draaiende motoren geparkeerd langs de kant van de weg. De chauffeurs doen nog een dutje, of lezen de krant, opengeslagen over het stuur. Een handvol leerlingen is vroeg vandaag en speelt op de stoep, de schooltassen liggen alvast op de treeplank van de gele bus.
Wie ging je hier voor en wat meenemen zij achter?
Dit deel van Flatbush Avenue wordt aan beide zijden kilometers lang door diepe smalle winkels omzoomd. Kappers, groenteboeren, Chinese afhaalbalies, talloze nagelsalons en Caribische deli’s; de hele wereld is er te koop. Om de paar honderd meter, ingeklemd tussen de vaak afgeladen shops, bevindt zich een kerk. Van een afstandje nauwelijks te onderscheiden van de winkelgevels. Opvallende, kleurrijke borden met de naam en gezindte, welke dominee er preekt, wie de kerk heeft opgericht en wanneer de diensten plaatsvinden, sieren de gevels. Sommige kerken pakken uit met neon. Lutheran Church, Baptist Church, Church of Ghana, Universal Church. En zo nog tientallen meer. Er is een God voor iedereen.
Je loopt door, voorbij wat is achtergelaten.
De inwendige kachel is aangeslagen, ondanks de kou. Vanaf Flatbush Avenue, sla ik linksaf, Prospect Park in voor een rondje onverharde gravelpaden. Licht knisperend steengruis onder m’n voeten. De zachte ondergrond doet me bijna zweven. Maanstof. Lopen wordt een spel, waar geen inspanning voor nodig is. Dan, plotseling, een heuvel. Zo steil dat trappen nodig zijn om de top te bereiken. “Willink Hill”, zo blijkt. Het is niet het enige Nederlandse spoor hier. Ook Flatbush, een letterlijke vertaling van Vlacke bos, heeft z’n wortels in de Nederlandse polder. Nog iets verder naar het zuiden: de chaotisch bruisende stadswijk
Midwood met z’n talloze nationaliteiten. Zo’n 300 jaar geleden door Groninger Thomas Swartwout vernoemd naar Midwoud, een slaperig Noord-Hollands dorp met een Spar als epicentrum. Verderop via het bescheiden Amersfort Park, met een replica van de Amersfoortse zwerfkei en bijbehorende gedenktegel, door naar Flatlands, ooit Nieuw Amersfoort.
Je loopt, maar laat niets achter. Een vaag voetspoor, misschien een gedachte.
Weinig verbeelding is er voor nodig om je voor te stellen dat de Nederlanders die hier begin 17e eeuw neerstreken, zich thuis voelden op deze lage vlakten.
Uitstekend geschikt om te boeren, ook. Dat er al mensen in het gebied verbleven, werd met Hollandse pragmatiek opgelost door land van hen te kopen. Vonden de Hollanders, althans. De Lenapi, het volk dat hier al duizenden jaren leefde, hield het op bruikleen. Uiteindelijk verlieten ze noodgedwongen hun gebied en velen van hen kwamen om, onder andere door uitbraken van met de Europeanen meegereisde ziekten. Inmiddels worden de oude Lenapi gronden bevolkt door mensen met roots uit alle windstreken van de aarde.
Je loopt hier nu, maar wie weet dat morgen nog?
Onze tijdelijke buurvrouw, besproeit inmiddels vanaf de veranda haar tuin. “Had a good run, son?” Ik steek met een big smile een duim omhoog en knik enthousiast het bezwete hoofd. “You better keep running, son. Cause if you stop running, you won’t get anywhere soon.”
Ik lach. “Promised!”
Je loopt en je laat niets achter. Maar als je niets achterlaat, wat neem je dan mee?
Tekst: Tim Klein Haneveld
Illustratie: Margot Holtman