Raas en tier tegen het doven van het licht.
Maar ik herinner mezelf eraan om ook al het mooie te zien dat ik op deze leeftijd ben tegengekomen; het samenzijn met vrienden tijdens avondgesprekken terwijl de zon wegzonk achter de horizon, de stille vreugde van regenachtige meidagen, het koppige vogeltje dat blijft volhouden dat mijn kamerplanten binnen horen, niet buiten op het balkon... Deze kleine, gewone momenten dragen hun eigen vorm van verzet. Hun eigen soort licht. Er is iets in de regels uit het gedicht dat nu als een oproep voelt – om moediger vooruit te gaan in deze nieuwe fase. Om het leven met iets meer vuur te omarmen. Iets meer aanwezigheid. Misschien zelfs vandaag iets harder te rennen, voordat ik weer thuiskom om verder te werken. Het pad, zoals het jaar, ontvouwt zich nog steeds.
Tekst: Margaret Wanjiru