Sporten zou lastig worden. Althans, dat is wat Olaf werd verteld toen bij hem op 12-jarige leeftijd diabetes type-1 werd geconstateerd. Nu, 22 jaar later, weet hij wel beter. Sporten kan, mits hij goed voorbereid op pad gaat. ‘Ik kan niet zomaar de deur uitstappen en gaan lopen,’ vertelt Olaf. ‘Ik moet altijd nadenken over de hoeveelheid insuline in mijn lichaam, wanneer ik voor het laatst heb gegeten en wat ik meeneem voor onderweg.’
Olaf heeft zijn lichaam over de jaren steeds beter leren kennen. Tot een paar jaar geleden was hij actief als profwielrenner – inmiddels is het hardlopen waar hij de uitdaging zoekt. Die jarenlange ervaring als sporter met diabetes maakt dat hij weet hoe te handelen om zijn bloedsuikerwaarde onder controle te houden tijdens inspanning. Dat was in het voordeel van zijn eeneiige tweelingbroer Niels, die vier jaar geleden óók met diabetes type-1 werd gediagnosticeerd. ‘Ik hield er altijd rekening mee dat mij dezelfde diagnose stond te wachten, maar na al die jaren dacht ik eigenlijk de dans te zijn ontsprongen,’ vertelt Niels. ‘Dat Olaf op sportief gebied al zoveel had bereikt, stelde mij gerust. Ik wist dat ik mezelf niet hoefde te laten belemmeren.’