Kees Larooij vertelt over heimwee naar wedstrijddagen

Kees Larooij Woensdag, 24 juni 2020
Kees Larooij vertelt over heimwee naar wedstrijddagen
Een hardloopleven kan heel goed gedijen met een vast rondje dat één, twee, drie keer per week gelopen wordt. Daar kun je volkomen tevreden mee zijn. Voor veel hardlopers is dat echter niet voldoende. Ik ontmoette ze regelmatig, vooral op zaterdag of zondag, bij een van de vele wedstrijden die in Nederland georganiseerd werden. En wat waren we vaak met velen.

Wedstrijden zijn in verschillende categorieën onder te verdelen; er zijn wedstrijden die je gelopen moet hebben zoals bijvoorbeeld Egmond aan Zee, Schoorl, de CPC, de Zevenheuvelenloop, de Dam tot Damloop, de vier mijl van Groningen. Het deelnemersaantal is overweldigend en de organisatie tot in de puntjes verzorgd. Daarnaast organiseert elke zichzelf respecterende stad een hele of halve marathon met in de slipstream ook de mogelijkheid om verschillende kortere afstanden te lopen. Ook hier is de organisatie goed in orde en is het deelnemersveld aanzienlijk. Dan heb je nog de ‘kleine’ loopjes, georganiseerd door de plaatselijke atletiekvereniging of door een instelling die eens iets anders wil doen. Vaak kun je één of twee afstanden lopen, is de organisatie gezellig en het deelnemersveld beperkt.

Ik heb aan al deze categorieën deelgenomen en met evenveel plezier. Ik vind wedstrijddagen heerlijk. Het begint al met de reis ernaartoe, als je in de trein scant wie ook naar de wedstrijd gaan en medereizigers ziet die al helemaal in hardlooptenue zijn. Een blik van verstandhouding, even kijken op welke schoenen ze lopen, wat voor tijd er in hen zit.

Hoewel de ultieme recreant, heb ik toch altijd het idee dat ik een prestatie van formaat ga neerzetten. Ik ben altijd gespannen als ik aan een wedstrijd meedoe. Soms meer, soms minder, maar spanning is er, waardoor ik vlak voor de start toch nog een keer naar de wc moet. Tien keer controleren of mijn hardloophorloge het wel goed doet en dan keer op keer angstig constateren dat de GPS het niet goed doet of dat mijn klokje al automatisch naar het beginscherm is teruggegaan. Bij grote wedstijden: “Sta ik nu wel in het goede vak?” Bij de langere afstanden: “Heb ik echt wel genoeg getraind?” Genieten van het feit dat iedereen om je heen, ook de ultieme recreant, even gespannen is als ik. Luisteren naar de praatjes om je heen: stoer, onzeker, stimulerend. Het is de kakafonie van de verwachting.

Dan het startschot, het onhandige geschuifel tot aan de startstreep en dan los zoals koeien in de lente weer voor het eerst de wei in gaan. Ritme zoeken, altijd te hard van start gaan, daarvan balen waardoor ik in mijn hoofd alleen maar roep: “RUSTIG NOU, DOE RUSTIG NOU!” Soms gaat het heerlijk en loop ik in een roes. Soms gaat het zwaar en ben ik alleen maar bezig hoe dat nou komt; onvoldoende getraind of juist te veel, te snel na de vorige wedstrijd of juist te lang, te nieuwe schoenen of juist te oude, het houdt dan maar niet op. Maar ik loop altijd door, blijf gaan totdat ik het finishdoek zie en weet dat er altijd nog een eindsprint in zit.

De finish, het geluk, de trots, de medaille. Soms wacht je geliefde je op en heb je stoere verhalen over hoe makkelijk/zwaar/leuk/stom enz. het was. Soms ben je alleen, dwaal je nog wat over het start- en finishterrein en loop je langzaam weer richting het station. Mee in de rij van mede-gladiatoren, vaak met de medaille om de nek. Op weg naar huis, naar de douche, naar de avond op de bank vol tevredenheid. Het was een mooie dag.

Elke maand geeft Kees Larooij een inkijkje in zijn leven als recreatieve hardloper.

Kees Larooij
Geschreven door

Kees Larooij

Kees Larooij is docent in het basisonderwijs (Amsterdam Osdorp) en verkoper van kaas en noten bij de Zuivelhoeve (Amersfoort). Hij loopt recreatief hard sinds 2004 en schrijft daarover op hardlopen.nl. Hardlopen geeft ritme en regelmaat aan zijn leven.