Beleving

Het is vakantie. Door een wisseling van beroep vorig jaar heb ik dit jaar zelfs zes weken vakantie (en ja, er zijn nog zat vacatures). Als ik met vakantie ben, lees ik veel, want dat is mijn grootste ‘liefde’. En natuurlijk loop ik hard, mijn hart is tenslotte groot.

Zowel de wens om te lezen als om hard te lopen tijdens de vakantie zorgen ervoor dat mijn verdere bagage beperkt wordt. Dat is voor mij daadwerkelijk een offer, want zoals gezegd, mijn hart is groot en ik heb meerdere liefhebberijen. Offerandes leiden gelukkig meestal tot opbrengst en eenmaal op de vakantiebestemming aangekomen geniet ik al gauw van het lezen in de rust.

Het geluk van het hardlopen moet meestal harder bevochten worden. Dit jaar ben ik in Nederland met vakantie, in een bekende omgeving. De loopjes zijn dan gemakkelijk gepland en gedaan. Temeer omdat mijn ambities door het gebrek aan wedstrijden op dit moment niet al te groot zijn. Ik loop met plezier, maar niet al te ver en niet al te hard. Het maakt dan niet zoveel uit of je een keer links of rechts gaat zonder te weten waar je uitkomt.

Dat is anders als je in een volstrekt onbekende omgeving bent - meestal in een flink warm land - en je in training bent voor een serieuze wedstrijd en een serieuze afstand. De trainingen moeten vroeg, want anders is het te heet. De afstanden zijn dan lang, dus er moet serieus uitgezocht worden waar goed gelopen kan worden en waar niet. Het moet niet te geaccidenteerd zijn, want veel steil is niet goed voor de benen. Het moet niet te veel in niemandsland zijn, want wat als er iets gebeurt?

Zo heb ik mezelf in Italië eens suf gezocht naar een redelijk vlak terrein voor mijn lange duurloop. Dat bleek meer dan vijftig kilometer rijden. In de Algarve heb ik dertig kilometer op de rand van de snelweg gelopen omdat ik een paar dagen eerder in de landerijen door een vijftal loslopende zwerfhonden achterna was gezeten. In het land der blinden was éénoog koning.

Voor de tijd van de smartphones en gps op de hardloopklokjes waren lange rondjes met veel links- en rechtsaf niet slim, ongeacht m’n richtingsgevoel. Ik hield en houd me aan het advies dat Dolf Jansen eens gaf in een column; als hij de omgeving niet kent, loopt hij een heen-en-weertje. Dat heeft mij goed geholpen. Het is weliswaar wat saaier, maar zeker als je serieus in training bent, is genieten van de omgeving tijdens de lange lopen niet de eerste prioriteit. En overigens, volgens een Friese troubadour is het eind van elke reis het pad weerom.

Maar uiteindelijk is de opbrengst maximaal. Ik bewaar de mooiste herinneringen aan al die lopen in andere landen en streken omdat ze iets toevoegden aan m’n vakanties. Vijfentwintig kilometer langs het Sneekermeer; een heen-en-weertje langs de Middellandse Zee; ’s morgens vroeg in Rome, van Trastevere naar het Colosseum; drie keer per week vroeg met de auto naar een plaatsje in De Marken rijden om daar te lopen om daarna een caffè met een cornetto te bestellen.

Het is de cocktail van al deze herinneringen (en soms ontberingen) die ervoor zorgen dat ik als ik over de finish van een wedstrijd kom extra blij ben. Het is niet alleen de wedstrijd die ik heb uitgelopen, maar in de blijdschap zijn al die mooie en moeilijke trainingsmomenten samengebald.

Fijne vakantie!

Elke maand geeft Kees Larooij een inkijkje in zijn leven als recreatieve loper