Kees Larooij over de (on)zin van hardloopvoeding

Kees Larooij Woensdag, 30 juni 2021
Kees Larooij over de (on)zin van hardloopvoeding

In de NRC van 17 juni 2021 stond een artikel met de kop ‘Voorkomt kwark na het sporten spierpijn?’ Dat moest ik meteen lezen natuurlijk, ook al ging ik het antwoord vast niet vinden in een artikel met een verwachte leestijd van één minuut. Allerlei mitsen en maren en heel veel nuance – maar de belangrijkste conclusie: eiwitten kunnen helpen bij het herstel.

Serieuze informatie over sporten en voeding, de nut en noodzaak daarvan en het scheiden van het kaf en het koren, is voor een goedbedoelende recreant zoals ik een onoverzichtelijk en soms ondoorgrondelijk terrein. Ik vrees dat er vooral veel marketing is om mij te laten geloven dat mijn prestaties ernstig zullen verbeteren door een powerreep, energydrank of bietensap. Zoals in bovengenoemd artikel door een deskundige wordt gesteld: „Maar je hoeft het niet te overdrijven. Eiwitten worden nogal gehypet op het moment. Een bakje kwark is vaak beter dan een fancy eiwitshake, of iets soortgelijks.”

Toch vrees ik dat de marketing voor een groot deel in vruchtbare grond valt, want de gemiddelde hardloper is als de amateurwielrenner die voor veel te veel geld een fiets van carbon koopt omdat deze zes ons lichter is terwijl hij zelf twintig kilo te zwaar is. Uiteindelijk zijn we in het diepst van ons gedachten allen een topsporter die zijn/haar sport ook als een topsporter dient te benaderen en dus zijn we bereid om allerlei drank en voeding uit te proberen, want wie weet hoe het ons voordeel op gaat leveren.

Na bijna achttien jaar serieus hardlopen weet ik voor mezelf redelijk goed wat werkt en wat niet. Dat komt vooral neer op gezond verstand. En dan gaat het erom of ik voeding en drank gebruik voor of tijdens het lopen, niet om wat dat precies is.

Goedbedoeld advies

Desondanks heb ik me soms toch door adviezen van anderen laten leiden, ook al brachten die me niet verder. Het zijn dan vooral adviezen die de charme van de eenvoud hebben. Belangrijkste voorbeeld dat me lang heeft dwars gezeten: je kunt tien kilometer lopen zonder dat je tijdens die tien kilometer hoeft te drinken. Ik had en heb degene die me dit adviseerde hoog en dus heb ik me lang aan deze wijsheid gehouden. Vooral ook omdat ik hierdoor ook geen water (of ander drinken) mee hoefde te sjouwen. Ik heb daarom jaren rondjes gerend zonder drank bij me te hebben terwijl ik dat veel beter wel had kunnen doen. Vochtverlies en vooral vochttekort verslechteren de prestatie en kunnen het hardlopen flink bemoeilijken. Dus neem ik sinds een poosje altijd water mee. Er zijn tegenwoordig flesjes en zakjes genoeg die gemakkelijk mee te dragen zijn en, zo heb ik geleerd, het is vooral een mentale kwestie of je daarvan ongemak ervaart. Oh ja, water is veel fijner dan een energydrankje.

De juiste timing

Eten voor of tijdens het lopen is voor mij niet zo’n punt. Als ik ’s ochtends loop, eet ik vooraf niks. Ik loop geen lange afstanden, dus dat red ik makkelijk. Ik heb als ik in het bos loop en daar met de fiets of auto naar toe ben gegaan wel altijd iets te eten mee voor na afloop. Als ik in de middag loop, na het werk, neem ik voordat ik ga lopen wel wat te eten, meestal snelle energie, dat kan een banaan zijn, maar ook een energyreep. Ik weet niet zeker of het nodig is, maar voor mijn hoofd werkt het goed.

Overigens ontbijt ik al vele jaren met een kom kwark (met fruit dat wel), had ik toch een vooruitziende blik.

Drinken Eten
Kees Larooij
Geschreven door

Kees Larooij

Kees Larooij komt uit Amersfoort en is docent in het basisonderwijs (Amsterdam Osdorp). Hij loopt recreatief hard sinds 2004 en schrijft daarover op hardlopen.nl. Hardlopen geeft ritme en regelmaat aan zijn leven.