Training

Voordat je aan een marathon begint, zou het niet langer nodig zijn om duurlooptrainingen van 30 kilometer of langer te doen. Dat blijkt uit grootschalig onderzoek onder meer dan 3.000 deelnemers aan de onlangs gehouden marathon van Rotterdam. Maar voordat je je lange duurtrainingen vaarwel zegt is het goed om de nuancerende reactie van Hardlopen.nl-trainingsexpert Rob Veer op het onderzoek te lezen.

Volgens het onderzoek tijdens de marathon van Rotterdam bereiken lopers die een schema met korte trainingen volgen gemiddeld sneller de eindstreep dan lopers die lange trainingen doen. Van de 3.100 deelnemers aan het onderzoek hadden honderd tijdens hun training een 14-kilometerschema gevolgd. De andere 3.000 vormden de controlegroep en deden veelal trainingen tussen de 15 en 30 kilometer om zich op de marathon voor te bereiden.

Sneller over de streep

De groep van honderd lopers die korte trainingen deden kwam gemiddeld significant sneller over de eindstreep en liet onderweg minder verval zien dan de andere 3.000 marathonlopers. Volgens inspanningsdeskundige Stans van der Poel bevestigen deze onderzoekresultaten een revolutionaire verschuiving in de voorschriften om te trainen voor een marathon.

Minder blessures

Volgens Stans zorgen kortere trainingsschema’s niet alleen voor meer snelheid en minder verval, maar ook voor minder blessures. Dit zou met name opgaan voor de toenemende groep recreatieve lopers die langer dan drie uur over de marathon doet. “Hun hersteltijd is veel langer dan bij professionele atleten”, zegt Stans. “Bovendien hebben hun banden, pezen en kraakbeen maanden nodig om te herstellen. Door specifiek te trainen op een persoonlijke marathonhartslag, in plaats van lange duurlopen, neemt het aantal blessures af.”

Zonder onderbouwing

Trainingsexpert Rob Veer kijkt anders aan tegen deze bevindingen en met name tegen de stelling dat een korte marathontraining effectiever en gezonder zou zijn. “Is de 14-kilometermethode gezonder? Van der Poel beweert dat het programma zorgt voor minder blessures en doet dat zonder enige onderbouwing.”

Misleidende gezondheidsclaims

“Door de opstelling van het bericht lijkt het alsof het betreffende onderzoek aantoont dat deze methode beter is voor de gezondheid”, vervolgt Rob. “Maar het onderzoek gaat helemaal niet over blessures en al helemaal niet over gezondheid; gezondheid omvat veel meer dan blessures. Er wordt dus een gezondheidsclaim gelegd die nergens wordt onderbouwd. Er zijn mensen die dat misleidend noemen.”

"Er wordt dus een gezondheidsclaim gelegd die nergens wordt onderbouwd."

Grootschalig

Dat het doen van korte trainingen effectiever is, betwijfelt Rob ook. “Het persbericht schept een beeld van een grootschalig en betrouwbaar onderzoek. Er deden immers 3.100 marathonlopers mee. En het is gedaan door Maarten Fornerod, een gerespecteerd dataonderzoeker van het Rotterdamse EMC.”

Gemiddelde snelheid

“Fornerod dook desgevraagd na afloop van de Rotterdam Marathon in de uitslagenlijsten en heeft de 5 kilometer tussentijden en de eindtijden van honderd lopers die zich met de 14-kilometermethode hebben voorbereid (verder: de 14k-groep) bekeken. Hij berekende dat de gemiddelde snelheid van de 14k-groep op het 15-kilometerpunt in de marathon 10,4 km/uur bedroeg (mannen: 10,8km/uur).”

Geen contact met controlelopers

“Vervolgens bekeek hij de uitslagen van 3.000 andere lopers die op het 15-kilometerpunt (gemiddeld) eveneens met een snelheid van ongeveer 10,4 km/uur liepen (verder: de 3.000-groep). Die 3.000 lopers wisten en weten overigens van niets. Er is vooraf noch achteraf enig contact geweest tussen hen en de onderzoeker, er is hun niets gevraagd of opgedragen, maar ze worden toch neergezet als ‘de controlegroep’.”

Weinig informatie

“De enige informatie die Fornerod over deze lopers heeft, is wat de uitslagenlijst onthult: leeftijd, geslacht, doorkomst- en finishtijden. Er is niets bekend over hun doel, over hoe en wat ze hebben getraind, over de wijze waarop ze zich onderweg hebben verzorgd, over hoe hun prestatie zich verhoudt tot ‘wat erin zat’, over blessures of gezondheid (om maar enkele zaken te noemen die er toe doen).”

40-kilometerpunt

“Vervolgens keek Fornerod naar de snelheid waarmee beide groepen doorkwamen op (o.a.) het 40-kilometerpunt. Voor de 14k-groep was dat gemiddeld 9,3 km/uur (mannen: 9,6), voor de 3.000-groep was dat minder: 8,9 km/uur. De gemiddelde finishtijd voor de 14k-groep bleek 4:14:32; de 3.000-groep deed er gemiddeld 4:38 langer over. Over de spreiding van deze waarden, een belangrijk gegeven bij statistisch onderzoek, wordt niets gezegd.”

Uit de bocht

Tot zover is er nog niet zo veel aan de hand, stelt Rob. “Maar dan vliegen ze uit de bocht: het persbericht meldt over de 3.000-lopers van de controlegroep dat ze ‘…veelal trainden tussen de 15 en 30 kilometer ter voorbereiding op de duurloop….’ Dit is op geen enkel feit gebaseerd en dus volledig uit de duim gezogen. En op dit verzinsel wordt vervolgens de conclusie geplant dat de 14-kilometermethode effectiever is.”

Ingewikkeld

“Bewegingswetenschappers weten hoe ontzettend ingewikkeld en moeilijk het is om trainingsmethodes te evalueren en onderling te vergelijken. Dat probleem lijkt nu in elk geval opgelost: alles wat je nodig hebt is de uitslagenlijst van een wedstrijd, en een dikke duim. Wetenschappelijke integriteit wordt ingeruild voor het commercieel belang.”

"Wetenschappelijke integriteit wordt ingeruild voor commercieel belang."

Verschil in aanvangstempo

Kunnen we dan helemaal niks leren van dit onderzoek? “Jawel hoor’, zegt Rob. “Je kunt zien dat de 14k-groep gemiddeld iets minder snelheidsverval heeft en iets sneller finisht (1,7%) dan de 3.000-groep die op de 15 kilometer gemiddeld eenzelfde doorkomsttijd liet noteren. Maar wat je niet kunt zien is hoe dat komt. Het zou bijvoorbeeld ook kunnen zijn doordat de 14k-groep een iets realistischer aanvangstempo kiest dan de gemiddelde marathonloper omdat ze door de wekelijkse 14-kilometerduurloop hebben ervaren hoe het marathontempo aanvoelt.”

Niet tevreden

Tenslotte maakt Rob nog een kanttekening. “Fornerod heeft ook gekeken naar het verloop van de tussentijden van de 63 mannen uit de 14k-groep. Zij liepen bij het 10-kilometerpunt met een gemiddelde snelheid van 11,1 km/uur. Bij het 40-kilometerpunt was dat gezakt tot 9,5km/uur, een verval van ruim 14 procent. Als mijn lopers in een marathon een dergelijk gemiddeld verval zouden laten zien, dan zou ik als trainer bepaald niet tevreden zijn. Voor de mensen van de 14-kilometermethode is het reden om de vlag uit te hangen. Misschien is daarmee alles wel gezegd….”

Meer informatie

Het onderzoek in Rotterdam is verricht door Stans van der Poel, coauteur van het boek De marathonrevolutie.

Foto: Shutterstock