Training

Nu het buiten sneller donker wordt, is het slim om een deel van je trainingen te verplaatsen naar de atletiekbaan. Daar kun je de hele winter 's avonds goed blijven trainen met verlichting. Op die manier werk je met intervallen aan je snelheid en in een groep is het ook nog gezellig en motiverend. Maar hoe werkt dat op een atletiekbaan? We geven de basisregels.

Een atletiekbaan is 400 meter lang, in de binnenste baan. Bij elke baan daarbuiten komt er steeds 7,5 meter bij. Dat is een verwaarloosbare afstand, maar het is toch om te weten. Dat is ook waarom de meeste lopers in baan 1 willen lopen. Om een baantraining veilig te laten verlopen zijn een aantal basisregels afgesproken:

1. De juiste richting

Bij in- en uitlopen loop je met de klok mee en het liefst helemaal aan de buitenkant van de baan. Snellere lopers die een intervalprogramma, versnelling of snelle duurloop doen, lopen tegen de klok in.

2. Binnenbaan

De binnenbaan is voor de snelle lopers. Daar wordt op tempo gelopen tijdens interval- of duurprogramma's. Als je een langzamere loper bent of als je tussen setjes actieve rust hebt kun je in baan 2 of hoger gaan lopen. Baan 1 is in ieder geval niet bedoeld om in stil te staan of met meerdere lopers naast elkaar te lopen.

3. Inhalen

Als je in baan 1 loopt en een snellere loper wil je inhalen kan het dat hij "BAAN!" roept. Dat betekent dat je ruimte moet maken voor de achterop komende loper. Wil je zelf inhalen dan doe je dat altijd aan de rechterkant. Het is niet verstandig om links via het gootje in te halen, want dan kun je net je enkel verzwikken.

4. Stoppen

Ben je klaar met je setje of tempoblokje dan komt het moment dat je de snelle baan moet verlaten. Kijk dan even goed of er geen snelle lopers direct achter je zitten, want anders zou je die kunnen hinderen. Geef daarom bij de finish even aan dat je naar rechts gaat, net als op de fiets eigenlijk.

Baanregels bij Climax Ede

Dit zijn de basisregels, maar soms hebben atletiekclubs nog aanvullende afspraken op de atletiekbaan. Bij Climax in Ede is dat bijvoorbeeld nodig om de verschillende lopers en sprinters niet in elkaars baan te laten komen. Ferry van Dipten, medewerker bij de Atletiekunie en lid bij Climax: "Bij Climax trainen er op het moment van de looptrainingen op de baan ook altijd baanatleten. Dat betekent dat op de rechte stukken banen 1 tot en met 4 voor de lopers zijn en de banen 5 t/m 8 voor de baanatleten voor de sprint- of hordengroep. Op die manier loopt niemand elkaar in de weg." 

Foto: Shutterstock