Training

Onlangs verscheen alweer de zesde druk van één van de best verkochte hardloopboeken van Nederlandse bodem: Het Duurloopmisverstand, geschreven door voormalig 26-voudig Nederlands kampioen, Klaas Lok. Een waardevol werk voor veel lopers en zeker niet alleen toppers.

Klaas Lok maakte furore in de jaren 1976 t/m 1985, waarin hij zesmaal Nederlands crosskampioen werd en veel titels veroverde op afstanden van 1500 tot en met 10.000m op de baan. In 1980 pakte hij op de 3000m zelfs zilver bij het EK indoor. Verder verbeterde Lok twee Nederlandse records, op 3000m indoor en 2000m outdoor. Lok trainde op een manier die erg afweek van wat gebruikelijk was in de jaren zeventig en tachtig en die zich ook nu nog onderscheidt, hoewel tegenwoordig goede trainers veel gevarieerdere schema’s aanbieden dan jaren geleden, waardoor de verschillen duidelijk minder groot zijn.

Wat zegt Lok zelf

“Vrij gangbaar was destijds dat er door wedstrijdlopers die dagelijks trainden, zo’n vier duurlopen en twee harde tempotrainingen afgewerkt werden (zoals ‘harde 1000jes’ op dinsdag en ‘harde 400jes’ op donderdag), en verder regelmatig een wedstrijd in het weekend. Alleen lopers die tweemaal per dag trainden, vulden dit aan met lichtere snelheidstrainingen over bijvoorbeeld 50-100m, kracht- en heuveltrainingen en vaartspel. Prestatielopers kopieerden meestal alleen de duurlopen. Mijn trainer bij de Utrechtse atletiekvereniging Phoenix, Herman Verheul, had een andere aanpak. Verheul had geconstateerd dat lopers door veel duurlopen een ‘zware’, oneconomische loopstijl ontwikkelden en dat twee harde tempotrainingen plus een wedstrijd in één week te veel en dus te vermoeiend waren.

Rompspieroefeningen

De ‘zware’ loopstijl tackelde Verheul door de duurlopen te vervangen door ontspannen intervaltrainingen over 1000, 400 en 200m met tussendoor actief herstel over respectievelijk 800, 400 en 200m. De monotone duurlopen worden in deze trainingsaanpak zo getransformeerd tot ‘interval- of wisselduurlopen’ (tegenwoordig door sommige trainers ook wel ‘gemoduleerde duurlopen’ genoemd) met dien verstande dat er meestal ook nog heel korte wandelpauzes in zitten. De twee zware tempotrainingen (met vaak als gevolg niet volledig herstel van de eerste tempotraining als de tweede afgewerkt werd en ook geen volledig herstel op de wedstrijddag) voegde Verheul samen tot één tempotraining in het bos, maar die was wel uitgebreider en langduriger dan één tempotraining ‘traditionele stijl’: veel tempowisselingen en allerlei lenigheids- en krachtoefeningen, ook veel rompspieroefeningen. Verheul was waarschijnlijk de eerste hardlooptrainer in Nederland die heel veel aandacht besteedde aan kracht voor de romspieren: elke training!

Souplessemethode

Lok was aanvankelijk sceptisch, maar merkte al snel dat hij met de trainingsmethode grote vooruitgang boekte. Na verloop van tijd paste hij de methode op bepaalde accenten aan naar eigen inzicht aan en werd het een trainingsmethode waar ook anderen veel baat bij hadden. Het heette vanaf dat moment de souplessemethode. Lok zelf haalde tijdens zijn actieve carrière twee dozijn gouden medailles binnen, maar ook clubgenoten Joost Borm en John van der Wansem wonnen een aantal Nederlandse kampioenschappen. John van der Wansem verbeterde bovendien in diverse leeftijdsklassen Europese en wereldrecords op onder meer de 10.000m. Op de website www.souplessemethode.nl is veel meer te lezen is over de behaalde successen en zijn ook een aantal ervaringen van hardlopers te lezen. Daar is tevens hoofdstuk 1 van het boek beschikbaar.

Voor wie?

“Vaak krijg ik de vraag of deze methode misschien alleen geschikt is voor toppers”, zegt Lok zelf. “Niets is echter minder waar: deze methode is zeker geschikt voor toplopers, maar eigenlijk nog meer voor de prestatie- en wedstrijdloper die misschien maar drie of vier tot maximaal zes à zeven keer per week trainen. Toplopers die twaalf tot veertien keer per week trainen kunnen namelijk hun grote aantal duurlopen (en dus de daarmee opgedane ‘zware’ loopstijl) compenseren met  heel veel intervaltrainingen, maar de modale prestatie- en wedstrijdloper die bijvoorbeeld zes keer traint met daarin vier duurlopen, heeft te weinig snelle trainingen om die ‘zware’ loopstijl, er weer ‘uit te trainen’.

Wil je meer weten over de trainingsmethode en hoe het boek ‘Het Duurloopmisverstand’ jou precies kan helpen, lees dan vooral meer op www.souplessemethode.nl. Of bestel het boek direct op www.duurloopmisverstand.nl.