Beleving

Vanwege zijn masteropleiding en zijn baan als fiscalist is de 25-jarige Ton Koning sinds een jaar iets minder fanatiek bezig met hardlopen. Maar de Volendammer heeft nog altijd het vuur om in de toekomst zijn PR van 33:33 minuten op de tien kilometer, gelopen in 2012, te benaderen.

Nog steeds traint de blonde bewoner van het vissersdorp zo’n vier à vijf keer in de week. Maar de drang die hij vroeger had om elke wedstrijd te winnen, heeft hij nu opzijgezet. “Dat was in het begin wel moeilijk, ja. Maar nu kijk ik ook naar de omstandigheden. Ik ben zo’n zes dagen in de week bezig. Dan kun je nu eenmaal niet op de toppen van je kunnen presteren. Nu kan ik met minder genoegen nemen. Ik vraag mezelf na een wedstrijd af: heb ik eruit gehaald wat erin zat? Als dat het geval is, kan ik er alsnog een lekker gevoel aan overhouden. Dan maakt het niet uit als hoeveelste je bent geëindigd.”

Progressie

Op z’n vijftiende liep Ton ‘voor de lol’ voor het eerst hardloopwedstrijden. “Ik verbeterde mezelf steeds, dat maakte het zo leuk”, beschrijft hij. “De progressie die je maakt zorgt ervoor dat je blijft hardlopen. Op mijn achttiende won ik mijn eerste wedstrijd. Toen werd ik helemaal enthousiast. Ik voelde me daarnaast lichamelijk goed. De fase in mijn leven, met redelijk veel vrije tijd, was ideaal om te kijken waar mijn top lag.”

‘Soms gebeurt het nog dat ik te snel start. ‘Jongehondengedrag’ noemen we dat'.

In 2012 liep Ton tijdens de Dorland en Theunis Competitie van AV Edam zijn beste tijd op de tien kilometer tot nog toe: 33:33 minuten. Maar vanaf de tijd dat de HBO-studie die hij volgde zijn aandacht opeiste, kwamen de loopprestaties van Ton in een dalletje terecht. “Eerst ging trainen altijd voor, daarna zag ik wel wat ik ging doen. Maar die instelling gaat ten koste van je schoolprestaties. Ik moest hier een betere balans in vinden. Wanneer je naast een druk bestaan ook nog op zondag tijdens een wedstrijd tot het gaatje gaat, ben je op maandag lichamelijk niet op je best. En ook geestelijk zit je dan niet lekker in je vel. Het duurde even voor ik de juiste balans had gevonden.”

Geen concurrenten, maar vrienden

Een belangrijk onderdeel hiervan was het loslaten van zijn prestatiedrang. “Als het qua tijden even tegenzit, leer je vanzelf met kleine teleurstellingen omgaan. Ik ben nog altijd een prestatieloper, maar wel eentje die nu ook voor de gezelligheid loopt. De jongens van mijn loopgroep zie ik nu echt als mijn vrienden, in plaats van als concurrenten. Als iemand tijdens een wedstrijd bewijst dat hij verdient te winnen, dan gun ik diegene dat. De tijd dat ik hem per se wilde inhalen is voorbij. Ik voel me heel goed bij deze manier van hardlopen.”

Ondanks de, voor zijn doen, mindere tijden op de tien kilometer (“In goeden doen loop ik die momenteel in 35 minuten”), heeft Ton zich ontwikkeld als hardloper. “Vroeger was mijn stijl om snel te starten en een dusdanige voorsprong op te bouwen dat niemand mij meer kon inhalen. Soms gebeurt het nog dat ik te snel start. ‘Jongehondengedrag’, noemen we dat in ons groepje en daar moeten we achteraf dan erg om lachen. Nu voel ik mij ontzettend goed als ik aan het einde kracht over heb om nog even gas te geven.”

Vanaf komende zomer denkt Ton weer langzaam zijn topniveau te kunnen oppakken. “In juni hoop ik mijn vakken te hebben afgesloten en heb ik wat meer vrije tijd. Het doel is om weer in de buurt van mijn PR te komen. En doordat ik ook op andere afstanden train, zoals de drie kilometer, heb ik een goede mix ontwikkeld van snelheid en hardheid. Maar het belangrijkste is dat ik er plezier in heb. De gezelligheid, het uurtje lachen met mijn vrienden rond trainingen en wedstrijden, dat wil ik niet missen. Het is mijn stok achter de deur om te blijven hardlopen.”