Beleving

Hardloopvriendinnen zijn het, al bijna 25 jaar; door dik en dun, in goede en slechte tijden. Rita Zwaagman en Betty Nagengast, beiden 73, cluboudsten bij HoogeZandLopers in Hoogezand (Gr). Ze hebben allebei de nodige hobbels getrotseerd in hun leven, maar dankzij de club als steun en toeverlaat én de wil om te blijven lopen, zitten ze hier nog steeds stralend voor mij.

Rita is mede-oprichter van de club, hier ontmoet ze Betty die op aanraden van de postbode uit de wijk lid werd van de club. “De postbode zag mij drie keer in de week met de tong op de schoenen thuiskomen en voorzag denk ik een hoop blessureleed als ik zo door zou gaan, lacht Betty. Ik had ook geen idee, trainingsschema’s bestonden nog niet of ik had er nog nooit van gehoord. Ik liep gewoon iedere keer zo hard mogelijk!” 

Op de club leren ze gedoseerd te trainen, ze maken kennis met loopscholing en met verschillende trainingsvormen. Iedereen is welkom.  Het is een mengelmoes van beginners, recreanten en prestatielopers van alle leeftijden en dat is precies wat het lopen bij deze club zo leuk maakt. Het sociale aspect staat voorop, maar er is ook ruimte voor prestatie. Hoe groot dit sociale vangnet is, hebben de dames de afgelopen jaren aan den lijve ondervonden. De steun vanuit de clubleden is hartverwarmend.

“Het goede nieuws is: u mag blijven lopen”

In de afgelopen 18 jaar kreeg Betty tot twee keer toe de diagnose borstkanker. Als donderslag bij heldere hemel. Ze was fit en voelde zich niet ziek. De scans zeiden helaas iets anders. Een periode van onzekerheid volgde en de nodige operaties en behandelingen. Na iedere afspraak in het ziekenhuis was er de vraag: “ik mag toch wel blijven lopen?” De oncoloog, zelf ook fervent hardloper, stelde haar gelukkig gerust. Ja, u mag blijven lopen. Graag zelfs! En dat deed ze. Samen met Rita. Zolang ze kon lopen was ze voor haar gevoel niet echt ziek. Dat hield haar op de been. En als lopen niet ging, dan wandelden ze. Rita bleef bij haar. Een enorme steun en het lopen hielp haar de kop leeg te maken. Doordat ze fit bleef, kon ze de behandelingen goed aan.

Rita heeft in 25 jaar twee keer een korte periode niet kunnen lopen. De eerste keer vanwege een operatie aan haar meniscus. Ook haar behandelend arts kreeg als eerste te horen “dokter, wanneer mag ik weer hardlopen?” Helaas voor Rita was deze arts onverbiddelijk: eerst wandelen! Dus dat deed ze, samen met Betty. Terwijl de rest van de club een intervaltraining afwerkte; legden Rita en Betty hetzelfde parcours wandelend af. De tweede keer heeft ze een maand niet gelopen toen haar man Kees 7 jaar geleden, plotsklaps een hersenbloeding kreeg en opgenomen werd. “Ik reed iedere dag 50km op en neer naar Kees, maar zorgde ervoor dat ik op dinsdag en donderdag op tijd terug was voor de training. Een slopende tijd, maar ik zou niet weten hoe ik me hier doorheen geslagen zou hebben zonder de steun van de club en van Betty. Het was echt mijn houvast.”

Bezemfunctie

Ze moeten vreselijk lachen als ik vraag naar hun rol binnen de club. Want als cluboudsten vervul je natuurlijk een rol, of je nu wilt of niet. “Ja, wij fungeren al geruime tijd als bezem. Wij nemen de beginners en de geblesseerden op sleeptouw. We bieden een luisterend oor aan lopers die een moeilijke tijd doormaken, waarbij het lijf of het hoofd even niet wil. Iedereen kan zijn of haar verhaal kwijt”.

Kop d’r veur en deurbroez’n

Maar vergis je niet, het sociale aspect staat bovenaan maar daarnaast proef ik nog steeds een zeker fanatisme bij de dames. Ze hebben in een kwart eeuw tijd behoorlijk wat wedstrijden gelopen; totaal onervaren begonnen ze aan de ladiescross in Glimmen. Geen idee wat ze te wachten stond, maar ze vonden het fantastisch. “We hadden de modder in de oren staan”. Diverse regionale 10km loopjes volgden, een paar keer de Zevenheuvelenloop in Nijmegen (“om 10 uur ’s ochtends zaten we met de hele groep al aan de knakworsten in de trein”) en ook een paar halve marathons zie ik terug op het keurig bijgehouden handgeschreven lijstje van Betty. Vorige maand nog liepen ze 5km tijdens de oudejaarsloop in Blijham. Triomfantelijk vertellen ze dat ze een minuut sneller liepen dan vorig jaar! En ja, ze blijven tijdens de wedstrijd bij elkaar, zij aan zij over de finish, altijd. Maar niet voordat ze een eindsprint hebben ingezet en bij voorkeur nog iemand hebben ingehaald. Oftewel zoals een echte Groninger betaamt: Kop d’r veur en deurbroez’n!

Foto: Catharina Glazenburg